assessment systemen > milieu-indicatoren

Bekijk hier de tv-films Bouwen aan de Toekomst met staal.
Nieuws
Very Good
Stedelijk Museum Amsterdam heeft onlangs het duurzaamheidscertificaat BREEAM-NL In-Use ‘Very Good' behaald.
Groen rechts
Rechts van het midden in het politieke speelveld én ‘groen’. Zo wenst het kersverse kabinet Rutte zich te positioneren en profileren.
Vernieuwend concept voor renovatie stalen bruggen
Doorschuifbrug heet het nieuwe concept van o.m. Expericon en Iv-Consult voor de milieuvriendelijke renovatie van stalen bruggen.
ABN AMRO: ‘Nederland pionier in circulaire economie’
Nederland kan in de wereld een voortrekkersrol vervullen in de 'circulaire economie', aldus ABN AMRO in een recent rapport.

Milieu-indicatoren

De resultaten van berekeningen van de materiaalgebonden milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken worden – conform de SBK-Bepalingsmethode – uitgedrukt in 'schaduwprijzen'. Naast deze Europese standaard zijn de uitkomsten ook vast te leggen in internationaal bruikbare milieu-indicatoren. Net als de schaduwprijzen zijn deze alternatieve indicatoren gebaseerd op de LCA-methodiek (volgens ISO 14040:2006).

Schaduwprijzen

Schaduwprijzen zijn kosten die de (Nederlandse) overheid voor haar rekening wil nemen om milieuschade te voorkomen of te verhelpen. Hoe belangrijker de politiek een millieueffect vindt, hoe hoger de weegfactor van dat effect is en dus hoe hoger de kosten. Bij de berekening van de milieuprestatie van een gebouw volgens het Bouwbesluit 2012 wordt de schaduwprijs uitgedrukt in Euro/m2 BVO per jaar. Dat bedrag wordt onderverdeeld in de (schaduw)prijs voor toxische emissies en de (schaduw)prijs voor uitputting van materialen. De milieuprestatieberekening en daarmee de schaduwprijzen beslaan de veronderstelde levensduur van het gebouw. Voor woningen is dat 75 jaar, voor andere functies 50 jaar.
[‘RWS rapportage door TNO-MEP ‘Toxiciteit heeft z'n prijs: schaduwprijzen voor (eco-)toxiciteit en uitputting van abiotische grondstoffen binnen DuboCalc’, 8 maart 2006]

Ecokosten

Ecokosten zijn de kosten van technische maatregelen die uitputting van grondstoffen en milieuvervuiling tegengaan tot een niveau dat voldoende is om de samenleving duurzaam te maken. Het gaat om de som van de kosten voor preventie van de grondstoffen- en materialenuitputting, toxische emissies en biodiversiteit, waarbij ook arbeid en afschrijving van productiemiddelen zijn meegenomen. In de methodiek van de ecokosten van gebouwen worden de ecokosten in de productiefase, de exploitatiefase en de einde-levensfase apart beschouwd. Bij het berekenen van de totale ecokosten van een gebouw worden de ecokosten van de investering en de contante waarde van de ecokosten van de exploitatie en sloop opgeteld.
[‘The model of the Eco-costs/Value Ratio’, Vogtländer, 2001]

ReCiPe

ReCiPe is een maat voor milieubelasting waarbij wordt nagegaan wat de schade is van de stoffen die ontstaan tijdens de productie en het gebruik van producten en diensten. ReCiPe neemt milieu-impactcategorieën op en rekent ze om tot drie milieu-schadecategorieën: schade aan de menselijke gezondheid, schade aan het ecosysteem en uitputting van grondstoffen. Met behulp van weegfactoren voor elke schadecategorie wordt de impact tenslotte uitgedrukt in millipoints. ReCiPe komt vooral voor in wetenschappelijke literatuur.
[‘ReCiPe 2008’, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 2012]

Carbon-footprint

Carbon-footprint is een maat voor de uitstoot van broeikasgassen die ontstaan tijdens de productie en het gebruik van producten en diensten. Andere stoffen die schadelijk zijn voor het milieu worden buiten beschouwing gelaten. De uitputting van grondstoffen, bijvoorbeeld, wordt niet meegewogen. De Carbon-footprint wordt uitgedrukt in kg CO2 equivalent en wordt op verschillende plaatsen in de wereld veel toegepast.
[‘PAS2050’, 2011]

Cumulative Energy Demand (CED)

De CED geeft de primaire energie weer, die nodig is voor de productie en het gebruik van producten en diensten. Het gaat om de totale primaire energie die de productie van een stof vergt over de hele keten. Hierbij worden alle energiestromen geteld, inclusief de chemische energie die is ingesloten in de ruwe materialen (de verbrandingswaarde). CED wordt uitgedrukt in MJ. Voor recycling-berekeningen is CED niet goed bruikbaar.
[‘Implementation of Life Cycle Impact Assessment Method’, Frischknecht, Jungbluth, et.al. 2008]

Ecokosten/Waarde Ratio

De Ecokosten/Waarde Ratio vergelijkt de milieulast met de waarde van een product of dienst. Een lage Ecokosten/Waarde Ratio geeft aan dat een product of dienst geschikt is voor toepassing in een toekomstige duurzame samenleving. Een hoge Ecokosten/Waarde Ratio geeft aan dat de verhouding waarde/kosten van een product of dienst in de toekomst ‘minder dan één’ kan worden. De externe kosten van de milieubelasting gaan dan deel uitmaken van de interne kostenstructuur. Daardoor worden de kosten hoger dan de waarde en is er in de toekomst voor zo’n product geen markt (Vogtländer, 2001). De vergelijking van de milieulast met de waarde van een product of dienst kan ook met de andere milieu-indicatoren worden gemaakt. In het algemeen wordt dit dan aangeduid met een Milieulasten/Waarde Ratio.

Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Colofon      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey