Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Stikstofregistratiesysteem operationeel
Sinds dinsdag 24 maart is het mogelijk voor projecten een natuurvergunning aan te vragen op basis van het nieuwe stikstofregistratiesysteem.
Meer elektriciteit uit aardgas en duurzame bronnen
In 2019 werd (voor het eerst) in ons land meer elektriciteit opgewekt in gascentrales en uit duurzame bronnen dan in kolencentrales.
EPBD III opgenomen in Nederlandse wetgeving
De Europese richtlijn voor energieprestaties van gebouwen (EPBD III) is nu wettelijk van kracht in Nederland.
Warmtepomp in opmars
De warmtepomp wint aan populariteit. De verkoop van de apparaten is vorig jaar met bijna een derde toegenomen, tot circa 40.000 toestellen. Dat blijkt uit cijfers van Dutch New Energy Research (DNER).
Stikstofdepositie blokkeert hergebruik restwarmte
De strenge normen voor neerslag van stikstof bij kwetsbare natuurgebieden rijden een project voor de hergebruik van restwarmte uit de hoogovens van Tata Steel in IJmuiden in de wielen.
ReDuCE: van recycling naar reuse
Nieuwe opties voor het demonteren en hergebruiken van staalplaat-betonvloeren zijn onderwerp van het Europese onderzoeksproject ReDuCE.

flexibel ontwerpen: constructie

Woningen Apeldoorn (Courage Architecten).

Het belangrijkste kenmerk van een flexibel ontwerp is dat het ontwerp aanpasbaar is. Bij flexibel ontwerpen is onderscheid te maken tussen de draagconstructie (skelet en vloeren), de gevels en de installaties.

Draagconstructie

Een flexibele draagconstructie is skeletvormig. Een constructie met (doorgaande) dragende wanden is niet of nauwelijks aanpasbaar; vooral niet als de wanden een rol spelen in de stabiliteit van het gebouw.

Een skeletvormige structuur vergemakkelijkt het verplaatsen van binnenwanden, het vervangen van kabels en leidingen, het vernieuwen van gevelelementen en zelfs het naderhand samenvoegen van verdiepingen of het aanbrengen van liften of trappenhuizen.

Bij een skeletvormige stáálconstructie gaan ruime vloeroverspanningen en flinke netto-verdiepinghoogten samen met relatief lichte en kleinschalige constructieelementen (kolommen en liggers). Het geheel of gedeeltelijk integreren van de liggers binnen de vloerconstructie (geïntegreerde liggers) resulteert in een lagere bruto-verdiepinghoogte. De opbrengst daarvan is niet alleen een grotere netto-verdiepinghoogte, maar ook een gering gebouwvolume waardoor valt te besparen op energie voor verwarmen en koelen.

Een skeletvormige draagconstructie (rechts) is flexibel.

In Nederland staat bijna 6 miljoen m2 kantoorruimte leeg, terwijl er vraag is naar woningen. Of en in hoeverre een kantoor geschikt is voor herbestemming tot woongebouw, is snel te bepalen met behulp van de Transformatiepotentiemeter (Geraedts en Van der Voordt, 2002; zie het artikel uit Real Estate Magazine, april 2005, onder Downloads). Hieruit is een aantal harde eisen voor het ontwerp af te leiden:

Checklist harde eisen aan draagconstructie

  1. Verdiepinghoogte is NIET kleiner dan 2,7 m.;
  2. Verdiepinghoogte is NIET groter dan 5,7 m.;
  3. Kantoordiepte is NIET kleiner dan 10 m.


Indien het kantoor niet aan deze eisen voldoet, dan heeft herbestemmen tot woningen geen zin. Voor de draagconstructie gelden ook enkele minder harde eisen.

Checklist minder harde eisen aan draagconstructie

  1. Draagconstructie heeft een stramien groter dan 3,6 m.;
  2. Draagconstructie verkeert in goede (bouwtechnische) conditie;
  3. Draagconstructie bezit voldoende (reserve) draagvermogen voor verticaal toevoegen (optoppen);
  4. Draagconstructie faciliteert het toevoegen van een kelder onder het gebouw;
  5. Draagconstructie staat op voldoende afstand van naburige bebouwing om horizontale uitbreidingen mogelijk te maken (zie ook: Flexibel ontwerpen, gevels).


Bij het ontwerpen op (mogelijke) functieverandering van het gebouw, moet de ontwerper in het bijzonder letten op eventuele veranderingen in variabele belastingen op de constructie. Van kantoor naar woning kan betrekkelijk eenvoudig, want de variabele belastingen in een woning zijn doorgaans beperkter. Maar van kantoor naar winkel kan meestal niet (zomaar). De variabele belastingen per functieklasse liggen vast in NEN-EN 1991-1-1.

Variabele belastingen per functieklasse volgens NEN-EN 1991-1-1.

Klasse onderdeel qk [kN/m2]
Klasse A (wonen en huishoudelijk gebruik) vloeren 1,75
trappen 2,0
balkons 2,5
Klasse B (kantoorruimten) kantoorruimten 2,5
Klasse C (bijeenkomstruimten) tafels 4,0
vaste zitplaatsen 4,0
zonder obstakels 5,0
fysieke activiteiten 5,0
grote mensenmassa's 5,0
Klasse D (winkelruimten) kleinhandel 4,0
warenhuizen 4,0