Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Personeelstekort sta-in-de-weg naar klimaatneutraal in 2050
Het doel om de gebouwde omgeving van Nederland per 2050 klimaatneutraal te hebben, is ‘realistisch niet haalbaar’, stelt het EIB.
Hergebruiksprijs Staal 2024
Nog tot 27 mei a.s. kunt u uw staalbouwproject(en) inschrijven voor deelname aan de Nationale Staalprijs 2024. Daarbij kunt u tevens een gooi doen naar de Hergebruiksprijs Staal 2024.
CO2-uitstoot Nederlandse industrie scherp gedaald
Door minder te produceren en meer groene stroom te gebruiken, is de CO2-emissie van industriële bedrijven fors gedaald.
CO2-transport en -opslag in uitvoering
De aanleg van 's lands eerste grootschalige systeem voor transport- en opslag van CO2, Porthos, is van start gegaan.
Bouwemissietool gelanceerd
TNO introduceert de TNO Bouwemissietool, een zelf ontwikkelde rekentool voor snel inzicht in schadelijke emissies bij uitvoering bouwprojecten.
Daling CO2-emissies zet door, maar minder sterk
Ook het afgelopen jaar is de uitstoot van broeikasgassen in Nederland, waaronder kooldioxide, wederom afgenomen. De daling is echter minder groot dan vorig jaar, melden het CBS en het RIVM.

Drijvend paviljoen (Rotterdam)

____

De gemeente Rotterdam heeft toekomstplannen voor duurzame drijvende wijken in het Stadshavengebied. De mogelijkheden van deze innovatie worden gedemonstreerd in en mét het drijvend paviljoen in de Rijnhaven. Het paviljoen vormt het onderkomen van een info- en expo-centrum, waarin het wonen op het water centraal staat. Het complex bestaat uit drie geschakelde halve bollen, elk 12 m hoog en respectievelijk 18,5, 20 en 24 m in doorsnede. Het drietal heeft een gezamenlijk vloeroppervlakte van 46 x 24 m.

De drie koepels delen één drijflichaam, het tweede drijflichaam fungeert als ontmoetingsplein. De drijflichamen zijn opgebouwd uit vijf lagen geëxpandeerd polystyreen (EPS) van 20 tot 75 cm dik. In de dikste laag ligt een grid van betonnen balken met daarop een betonnen vloer en rondom betonnen platen, die als harde schil het eiland beschermen tegen de invloed van bijvoorbeeld golfslag. Het drijflichaam kan toe met een beperkte dikte van 2,25 m, dankzij de licht-gewicht opbouw van de koepels: staalconstructies, bedekt met ETFE-folie. Het ETFE-folie is een zeer transparante kunststof van Vector Foiltec dat ongeveer 100 keer lichter is dan glas.

Het paviljoen voorziet in hoge mate in de eigen energiebehoefte. Door een indeling in verschillende ‘klimaatzones’ wordt de energie daar gebruikt waar het op dat moment nodig is. De energie voor verwarming en koeling komt van zonnecollectoren en het oppervlaktewater.

In het auditorium – de kleinste koepel – zijn PCM’s toegepast vanwege de snel wisselende warmtebelasting door de wisselende bezettingen. De PCM’s dienen de temperatuurfluctuaties in de ruimte op te vangen.
Bij vraag naar koeling overdag wordt gekoeld door recirculatie van lucht langs het PCM en via indirecte adiabatische koeling in combinatie met sorptie en zonnecollectoren. In de avonduren zorgt een luchtbehandelingskast ervoor dat het pcm weer wordt ‘geladen’.

_____

oplevering: 2010 • opdracht: Gemeente Rotterdam (Rotterdam Climate Initiative) • ontwerp: Public Domain Architecten en Deltasync • bouwfysica: DWA • installatietechniek: Unica  • uitvoering: Dura Vermeer Bouw Rotterdam • foto's: René de Wit

_____