Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Geen Groene Eeuw zonder zware industrie
Het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks (WBGL) introduceert ‘Groene industriepolitiek – Bouwen aan de Groene Eeuw’.
Milieu is business
De milieusector is inmiddels goed voor ongeveer 2,4 procent van het bbp, zo heeft het CBS onlangs becijferd.
Verduurzamen loont
75% van de bedrijven in de bouw- en maakindustrie in Noord-Europa investeert in duurzaamheid, zo blijkt uit onderzoek van Autodesk en Frost & Sullivan
Industrietop komt met klimaataanbod
A.s. vrijdag, tijdens de online Industrie- en energietop van de SER, presenteren grote industriële bedrijven in ons land hun Aanbod aan Nederland.
Vlissingen krijgt grootste zonnedak van Nederland
Waarschijnlijk volgend jaar bezit het Zeeuwse Vlissingen het grootste dak-zonnepark van ons land.
Gids voor duurzaam stemmen
DGBC lanceert Kieswijzer Duurzaam Gebouwde Omgeving.
Nieuwe richtlijn voor verduurzamen bestaande woningen
BREEAM-NL In-Use Woningen biedt concrete handvatten voor het integraal uitwerken van de verduurzamingsopgave bij bestaande woningen.
Tata Steel Nederland in het geweer tegen schadelijke stoffen
Tata Steel Nederland introduceert nieuwe activiteiten om de uitstoot van stoffen en geuren en de impact daarvan op de omgeving te verminderen. Voor de acties trekt de staalfabrikant in totaal 300 miljoen euro uit.

kwantificeren van flexibiliteit

Hergebruik Kantoorgebouw Oranje Nassaumijnen, Heerlen (Jo Coenen).

Bepaling ESL-factor, conform afstudeeronderzoek ir. Frank Tool (TU Delft)

In de downloadsectie vindt u het afstudeerrapport met daarin de achtergronden van de tool. Een korte beschrijving van de tool staat onderaan deze pagina.

1) Stabiliteitssysteem (St)
2) Gevelfunctie (GF)
3) Gevelstramien (GS)
4.0) Kolommen of wanden ?
4.1) Stramien draagconstructie (X) (SX)
4.2) Stramien draagconstructie (Y) (SY)
5) Sparingsflexibiliteit vloeren (Sp)
6) Draagvermogen vloeren (D)
7) Overmaat vloer (Ov)
8) Optoppen (Op)
9) Overmaat hoogte (Oh)
10.1) Bereikbaarheid installaties (I)
10.2) Positionering leidingschachten (L)

Toelichting grafiek

  • zwarte lijn = berekende ESL-factor;
  • rode lijn = minimale ESL-factor;
  • groene lijn = maximale ESL-factor.

Hoe dichter de zwarte lijn zit op de groene lijn, hoe hoger de ESL-factor en hoe duurzamer het ontwerp.
De ESL-factor verdisconteert de langere levensduur van het gebouw. De milieukosten, berekend met Greencalc+
worden 1/ESL lager. Dus als de ESL-factor 2 is, dan zijn de milieukosten volgens Greencalc+ 1/2.

Tool voor constructieve duurzaamheid

In het kader van zijn afstuderen aan de TU Delft introduceerde ir. Frank Tool eind vorig jaar een methode voor het bepalen van de duurzaamheid van draagconstructies. De methode – ontwikkeld op initiatief van IMd Raadgevende Ingenieurs – biedt constructeurs tijdens het ontwerp de mogelijkheid om verschillende constructiesystemen en hun materialen te beoordelen op milieubelasting. De bestaande instrumenten, zoals Greencalc+, Dubocalc en GPR Gebouw, zijn daarvoor aanmerkelijk minder geschikt: ze zijn immers bestemd voor toetsing van een geheel gebouw en daarmee te weinig gedetailleerd voor een (vlotte) toetsing van de constructie.

De nieuwe tool gaat uit van de (verwachte) levensduur van draagconstructies, waarin constructieve flexibiliteit en aanpasbaarheid meetellen. Levensduurbepalende aspecten zijn het draagvermogen en de spanningsflexibiliteit, het stabiliteitssysteem, de overmaat in verdiepinghoogte en vloeroppervlak, de stramienmaten, de gevel en de plaats en bereikbaarheid van installaties.

De tool is afgestemd op Greencalc+. In de database van dit instrument zijn de (MRPI-)gegevens over recycling en hergebruik van staal helaas niet voldoende of correct verwerkt. Bij het gebruik van de ontwerptool komen constructiesystemen in staal er dan ook – verklaarbaar, maar onterecht – slechter vanaf dan de alternatieven in andere materialen.

Belangrijke reden voor het ontwikkelen van de methode is dat draagconstructies volgens Tool goed zijn voor zo'n 60% van het materiaal van een gebouw en daarmee in hoge mate bepalend voor de milieubelasting van het gebouw. Een twijfelachtige argumentatie, omdat het aandeel van materiaalgebruik op de milieubelasting van het gebouw (sterk) afhankelijk is van de levensduur van dat gebouw. Bij een lange levensduur is de milieuimpact van het energiegebruik (in de gebruikfase) toch groter dan dat van de materialen? Bij een recente discussie op www.duurzaamgebouwd.nl brengt Tool zelf de nuancering aan: 'Bij een korte levensduur (10–25 jaar) is die invloed ongeveer gelijk aan dat van het energieverbruik. Bij een langere levensduur zal de invloed van energieverbruik toenemen. Bij een levensduur van 75–100 jaar worden de milieulasten voor ongeveer 20% bepaald door de materialen en voor 80% door energieverbruik. Echter, ervan uitgaande dat de milieubelasting door energieverbruik gaat afnemen door toepassing van duurzame energiebronnen, zal de invloed van materialen en constructie relatief toenemen.' Waarbij valt aan te tekenen dat duurzame energiebronnen ook steeds meer hun weg vinden in de productie en toepassing van constructiematerialen.

Bedenkingen daargelaten, met zijn methode levert Frank Tool een waardevolle aanzet om de levensduurbepaling van een gebouw mede te baseren op de levensduur van zijn drager. Een vervolg-onderzoek naar de levensduurbepaling van draagconstructies is gepland. De resultaten daarvan worden ingezet om de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de tool te vergroten.

Foto: stalen vakwerkconstructie theatercomplex, voorheen tramwerkplaats, Winschoten (KAW architecten en adviseurs).