Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Meer elektriciteit uit aardgas en duurzame bronnen
In 2019 werd (voor het eerst) in ons land meer elektriciteit opgewekt in gascentrales en uit duurzame bronnen dan in kolencentrales.
EPBD III opgenomen in Nederlandse wetgeving
De Europese richtlijn voor energieprestaties van gebouwen (EPBD III) is nu wettelijk van kracht in Nederland.
Warmtepomp in opmars
De warmtepomp wint aan populariteit. De verkoop van de apparaten is vorig jaar met bijna een derde toegenomen, tot circa 40.000 toestellen. Dat blijkt uit cijfers van Dutch New Energy Research (DNER).
Stikstofdepositie blokkeert hergebruik restwarmte
De strenge normen voor neerslag van stikstof bij kwetsbare natuurgebieden rijden een project voor de hergebruik van restwarmte uit de hoogovens van Tata Steel in IJmuiden in de wielen.
ReDuCE: van recycling naar reuse
Nieuwe opties voor het demonteren en hergebruiken van staalplaat-betonvloeren zijn onderwerp van het Europese onderzoeksproject ReDuCE.
Nederland blijft ver achter in duurzame energie
De transitie naar energievoorziening uit hernieuwbare bronnen staat hoog op de Nederlandse agenda, maar met de praktische implementatie ervan wil ’t in ons land nog allerminst vlotten. Dat blijkt uit recente onderzoeksrapporten over toepassing van duurzame energie.

PCM-projecten

Bedrijfsgebouw Wilo Nederland, Westzaan (Benthem Crouwel Architecten)

Dit energiezuinige gebouw is geïnspireerd op de core-business van Wilo Nederland: het fabriceren van waterpompen. Benthem Crouwel Architecten gaf het tweelaagse gebouw van 1.330 m2 bvo een opzienbarende buisvorm die vanaf de kleine, smal toelopende zichtlocatie aan het water tot zo’n 20 m uitkraagt. De uitkraging wordt gedragen door twee volledig zichtbare vakwerken, opgebouwd uit HEA- en HEB-profielen. Het zwaarste profiel is een HEB 550, in de onderzijde van het overstek.



Om de profielen in het overstek zo licht mogelijk te houden, is gekozen voor een licht dak van E=MC2 geprofileerde stalen dakprofielen van SAB. De cannellures zijn gevuld met een mengsel van Micronal-paraffinekorrels in een betonmatrix. In de mix zijn tevens de leidingen voor lage-temperatuurverwarming en -koeling opgenomen. Boven de betonmix in de cannallures is ingeseald isolatiemateriaal aangebracht.

Het PCM in het stalen dak dient vooral te voorkomen dat de binnenruimten te snel opwarmen of oververhit raken. Het PCM werkt niet alleen ‘passief’, om temperatuurschommelingen op te vangen. Het is ook te activeren via de koppeling met het warmte- en koudeopslagsysteem.

Het PCM is slechts 4% van de massa van de dakconstructie. Met deze 4% is de thermische massa verdubbeld. Het beton werkt als omhulsel van de PCM.
Dankzij PCM is het licht-gewicht Wilo-gebouw op een economische manier thermisch zwaar geworden.

_____

locatie: Rak, Industrieterrein Hoogtij, Westzaan • opdracht: Wilo Nederland • architectuur: Benthem Crouwel Architecten • constructief advies: Pieters Bouwtechniek Delft • bouwfysisch advies: Deerns Raadgevende Ingenieurs • hoofduitvoering De Geus Bouw • staalconstructie: Oostingh Staalbouw • dak- en gevelsystemen: SAB-Profiel • PCM: BASF • Foto’s: Benthem Crouwel Architecten.

_____

Drijvend Paviljoen, Rotterdam (Public Domain Architecten en Deltasync)

De gemeente Rotterdam heeft toekomstplannen voor duurzame drijvende wijken in het Stadshavengebied. De mogelijkheden van deze innovatie worden gedemonstreerd in en mét het drijvend paviljoen in de Rijnhaven. Het paviljoen vormt het onderkomen van een info- en expo-centrum, waarin het wonen op het water centraal staat. Het complex bestaat uit drie geschakelde halve bollen, elk 12 m hoog en respectievelijk 18,5, 20 en 24 m in doorsnede. Het drietal heeft een gezamenlijk vloeroppervlakte van 46 x 24 m.

De drie koepels delen één drijflichaam, het tweede drijflichaam fungeert als ontmoetingsplein. De drijflichamen zijn opgebouwd uit vijf lagen geëxpandeerd polystyreen (EPS) van 20 tot 75 cm dik. In de dikste laag ligt een grid van betonnen balken met daarop een betonnen vloer en rondom betonnen platen, die als harde schil het eiland beschermen tegen de invloed van bijvoorbeeld golfslag.

Het drijflichaam kan toe met een beperkte dikte van 2,25 m, dankzij de licht-gewicht opbouw van de koepels: staalconstructies, bedekt met ETFE-folie. Het ETFE-folie is een zeer transparante kunststof van Vector Foiltec dat ongeveer 100 keer lichter is dan glas.

Het paviljoen voorziet in hoge mate in de eigen energiebehoefte. Door een indeling in verschillende ‘klimaatzones’ wordt de energie daar gebruikt waar het op dat moment nodig is. De energie voor verwarming en koeling komt van zonnecollectoren en het oppervlaktewater.

In het auditorium – de kleinste koepel – zijn PCM’s toegepast vanwege de snel wisselende warmtebelasting door de wisselende bezettingen. De PCM’s dienen de temperatuurfluctuaties in de ruimte op te vangen.
Bij vraag naar koeling overdag wordt gekoeld door recirculatie van lucht langs het PCM en via indirecte adiabatische koeling in combinatie met sorptie en zonnecollectoren. In de avonduren zorgt een luchtbehandelingskast ervoor dat het pcm weer wordt ‘geladen’.

_____

locatie: Rijnhaven (naast RDM-campus Heyplaat), Rotterdam • opdracht: Gemeente Rotterdam (Rotterdam Climate Initiative) • ontwerp: Public Domain Architecten en Deltasync • bouwfysica: DWA • installatietechniek: Unica  • uitvoering: Dura Vermeer Bouw Rotterdam • PCM: Autarkis

_____