Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

Een beter milieu begint met staal

PBL: Tijd dringt voor aanpak milieuproblemen
Dat is de boodschap van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan het kabinet.
TU Eindhoven begint energie-instituut
Staatssecretaris Van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) heeft het Eindhoven Institute for Renewable Energy Systems (EIRES) geopend.
HYBRIT geopend
De premier Zweden heeft de nieuwe, duurzame staalfabriek van SSAB en partners geopend.
Circulaire maatregelen in Bepalingsmethode Milieuprestatie
Minister Ollengren wil de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken uitbreiden met de milieuprestaties van circulaire maatregelen.
Drie kanshebbers Nationale Duurzaamheidsprijs Staal 2020
Voor de Nationale Duurzaamheidsprijs Staal zijn ditmaal drie staalbouwprojecten genomineerd.

Opnieuw op de bres voor lichte bouwmethoden bij BENG

Per 1 januari volgend jaar treden de drie eisen voor BENG (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen) in werking. Daaraan is een vierde eis toegevoegd om oververhitting van woningen in de zomer tegen te gaan. Actuele aanleiding voor de Vereniging van Houtskeletbouwers (VHSB), Bouwen met Staal en de Nederlandse Branchevereniging voor de Timmerindustrie (NBvT) om commentaar in te dienen bij het verantwoordelijke Ministerie van Binnenlandse Zaken over deze eis, uitgedrukt in de TOjuli-grenswaarde.

Al eerder spraken de organisaties bij het ministerie hun gedeelde zorg uit over de onterecht strenge eis voor lichte bouwmethoden bij BENG 1: de maximale energiebehoefte van een nieuw gebouw in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar. Het ministerie gaf gehoor aan het beargumenteerde commentaar en versoepelde de BENG 1-eis voor lichte bouwwijzen (waaronder houtskeletbouw, staalskeletbouw en staalframebouw) naar 5 kWh/m2/jaar.

De nieuwe kritiek spitst zich toe op de methodiek voor het bepalen en beoordelen van TOjuli. Bij deze statische rekenmethode komen aspecten naar voren die ten onrechte nadelig uitwerken voor lichte bouwmethoden. Bij woningen met een lichte of halfzware draagstructuur zijn de uitkomsten van de statische berekeningen niet in overeenstemming met dynamische werkelijkheid, vinden de drie organisaties.

Om dat te staven, hebben ze DGMR een analyse laten uitvoeren. Hieruit blijkt dat skeletbouwwoningen die in praktijk goed scoren op temperatuuroverschrijding, niet voldoen aan de vastgestelde TOjuli-grenswaarde van ≤ 1 indien wordt gerekend met het niet-dynamisch model (op maandgemiddelden). Hierbij blijft bijvoorbeeld geheel of grotendeels buiten beschouwing dat relatief lichte woningen maar in beperkte mate warmte vasthouden, waardoor ze weer snel afkoelen.

Bij de huidige TOjuli-rekenmethode en de bijbehorende grenswaarde van ≤ 1, zijn voor lichte en halfzware woningen extra berekeningen van de GTO (Gemiddelde Temperatuur Overschrijding) dan wel aanvullende bouwkundige en/of installatietechnische maatregelen nodig. Dat brengt substantiële meerkosten met zich mee, aldus de criticasters.

Vooral vrijstaande grondgebonden skeletbouwwoningen gaan de nu gestelde TOjuli-grenswaarde naar verwachting niet halen. Waarschijnlijk gaat dat alleen lukken via aanpassingen en voorzieningen die verder gaan dan een zonwering: bijvoorbeeld zonwerende of drievoudige beglazing, dakoverstekken of nachtventilatie en koeling. En het toevoegen van koeling heeft dan weer directe consequenties voor BENG 2: het maximale primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar.

De huidige rekenmethodiek geeft volgens de organisaties onvoldoende inzicht in de consequenties van TOjuli voor skeletwoningen, zeker als ze vrijstaand zijn. Bij onderzoek ter voorbereiding op de methodiek, in opdracht van het ministerie, is uitsluitend gekeken naar lichte tussenwoningen. Meer onderzoek is nodig naar het gedrag van zowel tussen-, als hoek- en vrijstaande skeletbouwwoningen. Hierbij moeten dan ook de effecten van aspecten als de oriëntatie van de gevels, de hoeveelheid glas in de gevels en zonwering worden meegenomen. Ook zou het resultaat moeten worden vergeleken met de uitkomst van een dynamische GTO-berekening.

VHSB, NBvT en Bouwen met Staal hebben de kritiek vorige maand ingediend ter gelegenheid van de Consultatieronde Regeling Bouwbesluit BENG. Behalve nader onderzoek heeft het drietal hierbij voorgesteld om – analoog aan de eerdere wijziging van de BENG 1-eis – voor skeletbouwwoningen een versoepelde grenswaarde TOjuli,licht in te stellen. Boven deze waarde zou dan een GTO-berekening benodigd zijn.

  • Commentaar en aanbevelingen zijn vastgelegd in deze brief aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De brief is mee-ondertekend door onder meer Koninklijke Staalfederatie, Samenwerkende Nederlandse Staalbouw (SNS), Koninklijke Metaalunie, Centrum Hout en diverse bedrijven in de hout- en staalbouwsector.
  • Foto’s: boven en midden: Lofthome-staalskeletbouwwoning (BKVV (Blok Kats van Veen) Architecten / H. Hardeman en onder: Qbusbouw-staalframebouwwoning (BAAS Architecten).

Per 1 januari 2021: BENG

Voor alle nieuwe gebouwen gelden per 1 januari volgend jaar de eisen voor BENG: Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. De nieuwe eisen moeten resulteren in betere energieprestaties van nieuwbouw.

Met ingang van volgend jaar moet een aanvraag voor omgevingsvergunning van een nieuw gebouw vergezeld gaan van een energieprestatieberekening waaruit blijkt dat het bouwplan voldoet aan de drie BENG-eisen:

  • de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (BENG 1);
  • het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (BENG 2) en
  • het minimale aandeel hernieuwbare energie in % (BENG 3).

NTA 8800 geeft de methode voor de energieprestatieberekening. Het is de bedoeling dat de softwarepakketten voor het maken van de berekening zo’n half jaar vóór de BENG-invoeringsdatum beschikbaar zijn, zodat de nieuwe regels al direct toepasbaar zijn en vergunningaanvragen onder het nieuwe BENG-regime tijdig zijn in te dienen.

BENG dient als vervanger van de huidige EPC (EnergiePrestatieCoëfficiënt). Bij de EPC wordt uitsluitend de energiebehoefte van het gebouw beoordeeld en uitgedrukt in één getalswaarde.

Tegelijkertijd met BENG doet ook het vernieuwde energielabel zijn intrede. Ook hiervoor moeten de NTA 8800 en de bijbehorende rekensoftware worden ingezet. Het nieuwe label wordt gebaseerd op het primaire fossiele energiegebruik in kWh per m2 per jaar en dient een genuanceerder beeld te geven van de energieprestatie van woon- en utiliteitsgebouwen.